GODIN KEUKENFORNUIS OPNIEUW BEZIELD

Een scheepsfornuis onderscheidt zich vooral van een gewoon fornuis door de afmetingen, die aangepast zijn aan de doorgaans kleine leefruimte aan boord.
Dit Franse Godin kookfornuisje is voorzien van een rijsoven, een bakoven en een warmwaterreservoir.
Door intensief gebruik en verwaarlozing was de complete binnenbehuizing weggerot. De wens van de nieuwe eigenaars was om het aan boord in gebruik te kunnen nemen. Een grondige restauratie was noodzakelijk.

  • Godin keukenfornuis - restauratie
  • godin-fornuis_02092008_175759
  • Godin keukenfornuis - restauratie
  • Godin keukenfornuis - restauratie
  • Godin keukenfornuis - restauratie
  • Godin keukenfornuis - restauratie
  • godin-fornuis_02092008_131008

GODIN KOOKFORNUIS TYPE 504/504B

Deze eerste foto’s geven een beeld van hoe het fornuis de werkplaats binnenkwam. Behalve dat de vernikkelde onderdelen hier en daar wat roest vertoonden, oogt het geheel aardig solide.
Het fornuis is heel fijnzinnig in Jugendstil gedecoreerd, wat doet vermoeden dat het bouwjaar in het begin van de vorige eeuw lag.
Het messing deksel op foto 5 dekt het waterreservoir af. De bovenplaat is voorzien van uitneembare ringen voor het plaatsen van een zakketel of voor directe warmte onder de pan.

KIJKJE IN HET BINNENWERK

Nu de kookringen zijn verwijderd kijk je in de branderpot. Het uitneembare gietijzeren plaatje past op het rooster van de branderpot en is bedoeld voor het stoken van kleine kooltjes. Het fornuis wordt hoofdzakelijk op kolen gestookt om voldoende gelijkmatige hitte te bewerkstelligen.
Foto 8 toont de klep voor directe afvoer van de rookgassen. In deze gesloten stand circuleren de rookgassen langs en onder het ovengedeelte (foto 9) en verdwijnen tot slot door de afvoerpijp.
De andere foto’s geven een beeld van de misère binnen de fraaie buitenkant van het fornuis.
Foto 10: de gescheurde bovenplaat van het ovengedeelte.
Foto 11: de branderpot is verwijderd.
Foto 12: de bovenplaat is verwijderd. Van links naar rechts zie je de ruimte voor het waterreservoir, het ovengedeelte in het midden en rechts de branderpotruimte met doorzicht op de geleidingen van de aslade.

AFBRAAK WORDT SERIEUS

De eerste foto’s geven een kijkje op de bakoven (bovenste ruimte rechts) en de rijsoven daaronder. De geëmailleerde buitenplaten zijn verwijderd, waardoor de aantasting van de zelfdragende binnenbehuizing goed zichtbaar is.
De zijwand van het fornuis is ter plaatse van de waterbak door condens en met veel geduld door de tijd opgeslokt (foto 16).
Foto 17: de schuif voor de luchttrekregeling van het ovencirculatiekanaal.
Foto 18: afgenomen linker zijwand. Boven: steunplaat branderpot, onder: geleiding bovenste asla.
Foto 19: afgenomen achterplaat. Linksboven de bakovenbodem, daaronder de bodem van het circulatiekanaal met in het front de schuifopening, daaronder de rijsoven. Rechts de ruimte voor de branderpot en de asladen.
Nog wat klinken uitboren en het fornuis bestaat nog slechts uit onderdelen.

DE WEG TERUG

Alle onderdelen van het binnenwerk liggen op foto 20 met het zetwerk vlakgeslagen als mal voor het nieuwe binnenwerk.
Foto 21: steunen van de fornuisstang. Links de aangetaste en rechts de kopergeborstelde collega. Alle vernikkelde onderdelen ondergingen dezelfde behandeling. Op foto 22 de pootjes voor en na de behandeling.
Foto 23: achterwand (platliggend), bodem en zijwanden. Linksonder de rijs- en droogoven.
Foto 24: in het midden de bakoven, daaronder de circulatiebodem, rechts de ruimte voor het waterreservoir, links de branderpot en asladen.
Foto 25: kijkje van boven op het voorschot in de branderpotruimte. Boven de opening van het toegangsdeurtje, daaronder de openingen voor de asladen.

HET VERVOLG

Bij het opbouwen van het nieuwe binnenwerk is de maatvoering van groot belang, omdat het buitenwerk er precies mee moet corresponderen.
Praktisch gezien was het gebruik van gegalvaniseerde plaat te verkiezen, maar voor het authentieke beeld van de oven is voor onbehandelde plaat gekozen. In verband hiermee zijn alle onderdelen geblauwd.
De originele opbouw is zo veel mogelijk gevolgd, behalve daar waar verbeteringen aangebracht konden worden. Zo zijn enkele scherpe randen vervangen door rondgezette einden ter voorkoming van verwondingen bij het schoonmaken of optillen.
Op foto 29 staat het complete binnenwerk in de steigers, terwijl het op foto 30 alle klinkgaten zijn geboord en met boutjes bevestigd. Foto 30 toont de nieuwe bakoven met links en rechts geleidingen voor de bakplaat.
Op foto 32 is de niet originele inspectietoegang met schuif ten behoeve van het schoonmaken van de circulatieruimte te zien.

HET KLINKEN

Nu alle onderdelen voorbewerkt zijn (klinknagelgaten geboord, geblauwd) breekt de laatste fase aan: de definitieve opbouw van het binnenwerk. De volgorde van de te klinken onderdelen verplicht je tot goed vooruitdenken, omdat voorkomen moet worden dat sommige klinken onbereikbaar worden.
Begonnen is met de branderpothouder en het overgedeelte.
Op foto 37 en 38 zijn de omgezette randjes ter voorkoming van schaafwonden goed te zien.

WEER OP EIGEN POTEN

Na het klinken van de voorplaat kan het fornuis weer op eigen poten staan.
Op foto 40 is het weer gebruikte originele schuifje van de trekluchtregeling te zien.
Foto 42: de dunne, gietijzeren, gebarsten bovenplaat is in verband met de kwetsbaarheid geklonken in plaats van gelast.
Op foto 43 komt de sjeu weer in het fornuisj. De geëmailleerde buitenplaten met de fraaie ornamenten, de koperen stang en alle vernikkelde onderdelen komen weer op hun plek.
Foto 44 toont de opbouw van de branderpot. Voor het behoud van warmte sluipt hier moderne isloatie binnen. Het doorkijkje geeft zicht op de bovenste asla, die voorzien is van een fijn rooster. De doorgevallen kooltjes blijven hier achter, de as valt in de onderste asla. De dans ontsprongen kooltjes krijgen een tweede kans. We benne zunig.

GEWICHTIGE LAATSTE STEENTJES

Alle delen die in direct contact met de vlammen staan, zijn van gietijzer of worden voorzien van vuurvaste steen. Op foto 45 zie je in het midden de keuzeklep voor circulatie of directe afvoer van de rookgassen. Deze wordt bediend door een trekstang met knop. Helemaal rechts op de foto de ruimte van de gietijzeren waterbak, waar de hitte uit de branderpot direct langsstroomt.
Foto 47: de aftapkraan van het waterreservoir, getest na een intensieve inslijpsessie die nodig was na een onzachtzinnige aanpak in zijn vorige leven met – waarschijnlijk – een pijpentang. Zie de afdrukken in het huis van de kraan.
Op foto 48 de tijdens de restauratie verhoogde steunkraag van het waterreservoir.
Op foto’s 49 en 50 staat het oude fornuis opnieuw bezield.
Foto 49: de aansluiting op het fornuis van de afvoer van de rookgassen is ovaalvormig. Dat betekende dat voor de overgang naar de ronde afvoerpijp een overloopstuk gemaakt moest worden. De overgang van ovaal naar rond heeft trekvergroting tot gevolg.

GEVOLGEN VAN EEN KLEINE BEHUIZING

Het fornuis was nu klaar voor gebruik. Bij plaatsing bleek echter dat de hoogte in de schouw tot onderdeks weinig ruimte liet voor een directe aansluiting naar de buitenpijp, omdat de afvoer van het fornuis aan de rechterzijde en in de schouw in het midden geplaatst was. Behalve de overgang van ovaal naar rond moest er ook een verloopbus komen.
Foto 54: versterking voor het plaatsen van sleutel en klep (zie ook de laatste foto van deze pagina).
Foto 56: de konische aansluiting van de verloopbus op het opzetstuk van het fornuis.

DE LAATSTE KLINKJES

De foto’s tonen de constructie en het klinkwerk van de verloopbus. En dan nog een leuk afsluitend klusje: het maken van de regelklep en sleutel.
Het opzetstuk met de sleutel is daarna geblauwd en gezwart, zodat het mooi aansluit bij de zwarte bovenplaat van het fornuis.
Nu kan de brand erin.